Geschiedenis van de kat

Afkomst kat

Geschiedenis van de kat

De geschiedenis en afkomst van onze huiskat – In Zuidoost-Azië gaan we meer informatie vinden over de oorsprong van katten. We willen natuurlijk weten waar dat onze huiskatten vandaan komen. Alle katten zijn opgebouwd vanuit hetzelfde model. Men gaat er daarom ook vanuit dat alle kattenrassen afkomstig zijn van de oerkat. Het anatomische model geeft aan dat onze katten dezelfde bouw hebben als de andere katachtige, zoals de leeuw en de tijger. Echter is er wel een uitzondering en dat is de Pampaskat, deze heeft namelijk maar 18 chromosomen en de andere katten hebben 19 chromosomenparen.

De geschiedenis van de kat gaat heel veel jaren terug. De Felis catus, is een van de meest recent ontwikkelde kattensoorten binnen de Felidae-familie. De katachtigen zijn opgesplitst in drie soorten: de Panthera, waaronder leeuwen, tijgers, luipaarden, sneeuwluipaarden en jaguars. De Acinonyx (de Cheetah) en de Felis (alle andere kleine katten). Het is vaak lastig om de exacte classificatie van de kattenfamilie onder te verdelen. Ze zien er bijna allemaal hetzelfde uit. Zelfs voor echte kenners is het moeilijk om de schedels van elkaar te kunnen onderscheiden. Recente studies hebben uitgewezen dat er acht verschillende lijnen zijn binnen de Felidae familie, deze vormen daarom zeer waarschijnlijk de basis voor hun her-classificatie.

Veel voorkomende eigenschappen van de kat

Katten beschikken over bijzonder scherpe zintuigen zoals zien, horen en ruiken. Andere kenmerken zoals de afgeronde kop en het skelet geven onderzoekers het idee dat alle 37 erkende kattenrassen zijn geëvolueerd van één gemeenschappelijke voorouder. Ook denkt men dat deze voorouder tussen de tien en twaalf miljoen jaar geleden in Azië leefde. Er is daarna een snelle uitbreiding van meerdere kattensoorten ontstaan die zich vervolgens verspreidden over de rest van de wereld, met uitzondering in Antarctica, de Noord- en Zuidpool.

De stijging en daling van de zeespiegel maakte het mogelijk dat katachtigen migreerden. Op deze manier konden ze snel en gemakkelijk andere landen bezetten. De verdere uitbreiding van de kat werd vereenvoudigd door hun grote drang om te jagen. Hierdoor kwamen ze steeds verder van hun geboorteplaats terecht.

Van alle zoogdieren is de kat de meest ontwikkelde vleeseter. Leeuwen die in groepen leven zijn hier een uitzondering op. Een sterke eigenschap van de van kat is dat hij voornamelijk erg territoriaal is, ze regeren hun eigen gebied waarin ze jagen en verspreiden hierbij hun geur. De enige keer dat ze echt samenkomen is om te paren. Met uitzondering van de leeuw, komen de uiterlijke kenmerken van katers en poezen katten sterk overeen, hoewel katers vaak groter zijn. Katten hebben op de voorpoten vijf cijfers en op de achterpoten vier. Deze cijfers worden beschermd door kussentjes, die op zijn beurt weer helpen het geluid te dempen tijdens de jacht. Met uitzondering van de Cheeta kunnen alle katten hun klauwen intrekken.

De evolutie van de kat

Het samenleven tussen mens en kat is gebleken uit fossielen uit vroege menselijke koloniën, hoewel er wordt gedacht dat het wilde katten zijn. Ook wordt er gedacht dat de opkomst van katten ongeveer 3600 jaar geleden in Egypte heeft plaatsgevonden. In Egyptische kattenbegraafplaatsen werden schedels van katten gevonden. Deze schedels waren afkomstig van de Afrikaanse wilde kat. Juist deze wilde kat leefde in Azië en Noord-Afrika. Tegenwoordig wordt er gesuggereerd dat deze kat de belangrijkste voorvader van de hedendaagse Felis catus is geweest.

Recenter onderzoek bewijst echter aan dat de domesticatie van de kat minimaal 10.000 jaar geleden in het Midden-Oosten plaats vond. Het oudste bewijs van domesticatie dat bekend is komt uit Cyprus waar beenderen zijn gevonden van een mens en kat die samen lagen in een graf. Dit graf zou dateren van pakweg 9500 jaar geleden.

Cheetah - Geschiedenis van de kat

Cheetah – Geschiedenis van de kat

Mens en kat

Rond 1000 v. Christus is vermoedelijk de mens voor katten gaan zorgen. Dit was het moment waarop mensen graan en ander voedsel bewaarden. Er kwamen schuren met graan waar ook ratten en muizen een graankorreltje wilden meepikken. Hier moest wat aan gedaan worden. De ontwikkeling van deze graanvoorraden veroorzaakt een enorme toename van van de muizen. Men denkt dat juist deze opkomst ervoor gezorgd heeft dat de eerst wilde katten naar de mensen zijn getrokken.

De mensen begonnen katten prettig te vinden en ondertussen zorgden de katten dat het ongedierte weg bleef. Op zee werden de voorraden ook beschermd. Katten mochten mee aan boord en kwamen zo over de hele wereld. Schepen lagen wel eens een tijd stil in de haven. Op dat moment konden de katten ook van boord en zich op die manier verspreiden.

Ook zijn er bewijzen dat katten aanwezig waren op menselijke nederzettingen in de Vruchtbare Halve maan (Israël), zo’n 3700 jaar geleden. Er werden ook enorme aantallen katten opgeofferd aan Baster waarna ze vervolgens gemummificeerd werden.

De geschiedenis en domesticatie van de kat

Doordat wilde katten gingen samenleven met de mens is uiteindelijk de Felis catus als kattensoort ontstaan. Katten hebben geen grote veranderingen hoeven ondergaan tijdens hun domesticatie waardoor hun voorkomen en gedrag nog steeds sterk vergelijkbaar zijn met hun voorouders. Zo zullen katten altijd in staat blijven om in het wild te kunnen leven, sommige katten kiezen hier zelfs bewust voor.

Er zijn verschillende verhalen over de domesticatie van katten. Een hiervan is dat de oorspronkelijk wilde kat bewust werd geselecteerd op een vriendelijk karakter. Een ander verhaal is dat deze katten meer getolereerd werden waardoor ze op die manier op een natuurlijke wijze veranderden door contact met de mens vanwege de jacht op ongedierte. In beide situaties hebben ze diverse eigenschappen, zoals het kleine lichaam, hun sociaal karakter en hoge intelligentie.

Vandaag de dag lijkt de kat nog steeds erg op zijn voorouders, alhoewel ze natuurlijk tegenwoordig tam zijn. Een kat die naar buiten gaat zal nog altijd zijn natuurlijke gedrag blijven vertonen. De katten die wij in huis houden hebben een aantal specifieke kenmerken overgenomen van van hun voorouders, bijvoorbeeld de kunst om te overleven met een zeer lage waterinname. Katten hebben over het algemeen zeer droge ontlasting waardoor het verlies van vocht in het lichaam beperkt blijft. Hierdoor kunnen ze goed tegen (extreme) hitte en zullen ze hier amper last van ondervinden. Pas bij huidtemperaturen van 52 graden zullen ze enig ongemak gaan ervaren, bij mensen begint dit al vanaf een huidtemperatuur van 44,5 graden.

Zo is de huiskat die we nu kennen een kat die lekker binnen mag zijn, op schoot kan liggen en soms mee naar bed mag. Vroeger was daar geen denken aan, de kat was toen echt een buitendier.